• 4/01/16

Aansprakelijkheid in sport- en spelsituaties

Conform het Nederlands Recht is in beginsel iedereen verantwoordelijk voor zijn eigen schade. Indien aan een ander persoon onrechtmatig heeft gehandeld en aan deze persoon een verwijt kan worden gemaakt – en dit verwijt hem of haar ook kan worden toegerekend – is deze persoon verplicht de opgelopen schade te vergoeden. In sport- en spelsituaties wordt de onrechtmatige daad minder snel aangenomen. In dit artikel zal ik beknopt bespreken waarom dit het geval is en waar deze aansprakelijkheidsgrens ligt.

Sport- en spelsituatie

Deelname aan een sport brengt bepaalde risico’s met zich mee voor de sporters. Hoe groot dit risico voor een sporter is, is uiteraard mede afhankelijk van het soort sport dat u uitoefent. Van belang is welk risico de sporter aanvaard heeft. De kans dat een sporter letsel oploopt tijdens een wedstrijd kickboksen is uiteraard vele malen groter dan tijdens een golfwedstrijd. Uit de rechtspraak blijkt daarom dat de schade die binnen het normale spelverloop is toegebracht strenger wordt getoetst aan de vereisten voor aansprakelijkheid dan als er geen sprake is van een sport of spel.

Een fictief voorbeeld

Johan zijn zicht is laatste tijd helaas wat minder geworden en hij heeft daarom tijdens de wedstrijd van afgelopen zaterdag voor het eerst een bril gedragen. Tijdens de wedstrijd heeft een tegenstander bij het uitverdedigen keihard een bal tegen het hoofd van Johan geschoten. Johan heeft hierdoor letselschade opgelopen aan zijn ogen. Omdat deze gedraging heeft plaatsgevonden in een sport- en spelsituatie – én bovendien de spelregels niet geschonden zijn door de tegenstander – zal de tegenstander vrijwel zeker niet aansprakelijk gehouden kunnen worden voor de opgelopen schade. Het risico dat er een bal tegen het hoofd wordt geschoten valt immers binnen het normale spelverloop.

Dit verandert echter als er geen sprake is van een sport- en spelsituatie. Johan heeft tijdens de wedstrijd een overtreding gemaakt op de tegenstander. De scheidsrechter floot vervolgens voor een overtreding en kende Johan een gele kaart toe. Omdat de tegenstander enorm boos werd op Johan gaf hij hem vervolgens een fikse klap op het hoofd waardoor hij letselschade heeft opgelopen aan zijn ogen. Aangezien in deze situatie geen sprake meer is van een sport- en spelsituatie – en de tegenstander bovendien een bepaalde zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden – kan hij aansprakelijk worden gehouden voor de opgelopen letselschade.

Waar ligt de grens?

Maatgevend is of een bepaalde gedraging tegen de geest van het spel indruist en zodanig als onsportief moet worden aangemerkt. Indien een (amateur)voetbal tijdens de wedstrijd getackeld wordt en hij daarna nog een trap na krijgt wordt dit over het algemeen niet aangemerkt als onrechtmatige daad. Hoe vervelend dit ook is: een dergelijke gedragingen kan je tijdens een voetbalwedstrijd verwachten. Dit wordt anders indien het natrappen buiten alle proporties is en daardoor niet binnen de aard van het voetbalspel valt.

Geldt dit ook voor de toeschouwers?

Alhoewel toeschouwers niet deelnemen aan een wedstrijd wonen ze deze wel bewust bij. Aangezien zij zich vrijwillig in de ‘gevarenzone’ bevinden geldt voor de voor hen ook een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Indien een amateurvoetballer tijdens een wedstrijd een sliding maakt om de bal te blokken en hij vervolgens op het natte gras verder glijdt op een toeschouwer dan valt dit waarschijnlijk binnen een sport- en spelsituatie. De sliding van de amateurvoetbal is namelijk niet dusdanig onzorgvuldig dat deze kan worden beschouwd als onderdeel van zijn normale prestatiegerichte sportbeoefening.

Voor toeschouwers moet eveneens worden bekeken of een dergelijke gedraging te verwachten is binnen de aard van het spel. Een illustrerend voorbeeld van een buitenproportionele actie was december jl. nationaal nieuws. Tijdens de wedstrijd tussen twee Amsterdamse clubs is toen een 77-jarige fan – de heer Retz – in coma geschopt nadat hij een door scheidsrechter gegeven rode kaart als ‘terecht’ had bestempeld. Niet veel later is de heer Retz zelfs aan zijn verwondingen overleden. Het OM is van mening dat deze betreffende speler – de heer Sylvester M. – poging tot doodslag dan wel zware mishandeling heeft gepleegd.

In bovengenoemd voorbeeld wordt betreffende speler zelfs strafrechtelijk vervolgd voor zijn gedraging. Duidelijk moge zijn dat de actie van de heer Retz niet binnen een sport- en spelsituatie valt en dat hij derhalve volgens het Nederlandse Recht aansprakelijk kan worden gehouden voor de opgelopen (letsel)schade. Bovengenoemd voorbeeld heeft helaas een desastreuze afloop maar duidelijk wordt hieruit wel dat een dergelijke gedraging kan worden aangemerkt als een onrechtmatige daad.

De aansprakelijkheidsverzekering

In veel gevallen zal de veroorzaker van een (onbesuisde) gedraging die tijdens het sporten heeft geleid tot (letsel)schade zelf aangeven dat hij verzekerd is voor dit soort schade via zijn aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren. De verzekeringsmaatschappij zal vervolgens bekijken of de bewuste gedraging ook gedekt wordt. De omstandigheden van het specifieke gevallen zijn daarin enorm belangrijk.

Indien er sprake is van opzettelijk veroorzaakte schade wordt deze altijd uitgesloten door verzekeringsmaatschappijen. Dit betekent overigens niet dat betreffende persoon dan niet aansprakelijk is voor de schade – integendeel zelfs – maar wil wel zeggen dat de verzekeringsmaatschappij niet tot uitkering van de (letsel)schade zal overgaan. In dergelijke gevallen is het verstandig om een deskundige in te schakelen.

Heeft u (letsel)schade opgelopen tijdens het sporten of een tegenstander opzettelijk schade toegebracht? Neem vrijblijvend contact met ons op (tel: 070 – 789 0090).


Contact

Dr. Lelykade 12 B

2583 CM Den Haag

Over ons

Voetbaladvocaat.nl is een initiatief van Van der Zwan Advocaten. Advocaat Richard van der Zwan is gespecialiseerd in sportrecht in het algemeen en voetbal in het bijzonder.