• 31/08/17

Gerechtshof 21 juli 2017: Sliding tijdens het voetbal wordt zwaar bestraft

Talloze mensen spelen in hun weekend een lekker potje voetbal, sommigen op amateurniveau, sommigen op profniveau. Elke voetbalwedstrijd gaat gepaard met verschillende onvermijdelijk overtredingen en de eventueel daaruit voortvloeiende rode kaarten en blessures. Strafrechtelijke vervolgingen voor het onderuithalen van je tegenstander, kende men in Nederland nauwelijks tot niet. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 21 juli 2017 echter een zeer opmerkelijke uitspraak gedaan over een sliding op de bal in het amateurvoetbal.

Wat was het geval?

Tussen twee voetbalteams van verschillende clubs vond op amateurniveau een voetbalwedstrijd plaats. Op enig moment sprintten twee spelers van de verschillende teams achter de bal aan. Een speler (later de verdachte) maakte een ‘sliding tackle’ richting de benen van zijn tegenstander. Hierbij werd het onderbeen van zijn tegenstander geraakt. De benadeelde speler is door de actie van zijn tegenstander ten val gekomen en heeft door deze actie een dubbele beenbreuk (te weten een gebroken kuitbeen en een gebroken scheenbeen) en een scheurtje in het enkelgewricht opgelopen.

Hoewel het hof heeft vastgesteld dat de speler op de bal uit was, en deze speler tevens heeft verklaard dat hij niet met opzet handelde, heeft het hof geoordeeld dat de verdachte, met zijn sliding, zijn tegenstander heeft mishandeld. Het hof is van oordeel dat er sprake is van mishandeling, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans, dat de benadeelde partij door zijn actie ten val zou komen en letselschade zou oplopen, heeft aanvaard. Het hof heeft de verdachte tot een werkstraf van 100 uur en een boete van € 8.867,41 veroordeeld.

Een opmerkelijke uitspraak

Iemand kan enkel voor mishandeling worden veroordeeld wanneer sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Van voorwaardelijk opzet is sprake wanneer de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het gevolg (in dit geval een dubbele beenbreuk en een scheurtje in het enkelgewricht) intreedt. Ingevolge algemene ervaringsregels is het afhankelijk van de omstandigheden van het geval of sprake is van een aanmerkelijke kans. Hierbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze gedraging is verricht van belang. De aard/ernst van het gevolg (in dit geval een dubbele beenbreuk) mag niet bepalend zijn of sprake is van een “aanmerkelijke kans”.

Volgens het hof is er in onderhavig kwestie sprake van een aanmerkelijke kans dat het gevolg zou intreden, hetgeen zeer opmerkelijk is…. Tijdens het voetbalseizoen worden in het weekend namelijk op zowel amateurniveau als profniveau honderden (misschien wel duizenden) slidings gemaakt. Hoe vaak gebeurt het dan dat een dergelijke sliding een dubbele beenbreuk tot gevolg heeft? Juist, vrijwel nooit. Er mag in dat opzicht dan ook niet van een “aanmerkelijke kans” worden gesproken, aangezien de kans op een dubbele beenbreuk bij een sliding niet aanmerkelijk te achten is.

Tevens is het noemenswaardig dat het hof van oordeel is dat sprake is van voorwaardelijk opzet (en derhalve van mishandeling), doch dat de speler op de bal uit was. Het hof lijkt hiermee zichzelf tegen te spreken. Tevens verdient het opmerking dat wanneer de verdachte wetenschap had van de aanmerkelijke kans op mogelijk letsel bij een sliding, hieruit niet per definitie volgt dat hij deze aanmerkelijke kans ook bewust heeft aanvaard. Er lijkt derhalve niet te zijn voldaan aan de criteria van voorwaardelijk opzet (en dus lijkt niet te zijn voldaan aan de criteria van mishandeling).

Bovendien mag de ernst van het gevolg van de sliding, in dit geval een dubbele beenbreuk en een scheurtje in het enkelgewricht, niet meewegen bij de beoordeling of sprake is van een aanmerkelijke kans. In onderhavige zaak lijkt het erop dat het Hof het begrip “aanmerkelijke kans” wél afhankelijk heeft gesteld van de aard van het gevolg. Hetgeen voor menig jurist onbegrijpelijk zal zijn.

De consequenties van deze uitspraak

Van der Zwan Advocaten verwacht dat wanneer de Hoge Raad zich over onderhavige kwestie moet buigen, de uitspraak van het hof geen stand zal houden. Iedere amateurvoetballer die een sliding maakt, zou dan immers op grond van deze uitspraak strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.

Wanneer er geen cassatieberoep wordt ingesteld en de uitspraak van het hof derhalve ‘overeind’ blijft, verwacht Van der Zwan Advocaten niet dat deze uitspraak het amateurvoetbal zal veranderen. Deze uitspraak is immers afkomstig van het hof en niet van de Hoge Raad. Van der Zwan Advocaten verwacht dan ook niet dat wanneer andere rechters in de toekomst een dergelijke casus voorgeschoteld krijgen, zij de uitspraak van het hof zullen volgen. Dit betekent echter niet dat advocaten van benadeelde voetballers in de toekomst geen beroep zullen doen op deze uitspraak!

Contact

Dr. Lelykade 12 B

2583 CM Den Haag

Over ons

Voetbaladvocaat.nl is een initiatief van Van der Zwan Advocaten. Advocaat Richard van der Zwan is gespecialiseerd in sportrecht in het algemeen en voetbal in het bijzonder.